Vandaag nam Jos Loonen afscheid bij Fontys. Ter gelegenheid hiervan is er een mini seminar gehouden over de toekomst van Leren met ICT, een presentatie door Marcel de Leeuwe en Wilfred Rubens. Een goede reden om af te reizen naar Eindhoven. Niet in het minst natuurlijk vond ik het zeer prettig om Jos de hand te drukken. Hem heb ik leren kennen, aangezien ik enkele keren gastdocent was bij de Fontys post HBO opleiding e-learning. Deze blog beschrijft vooral het model dat Wilfred en Marcel hebben geschetst, ook al is de toekomst een glazen bol
Wilfred start met het opsommen van een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op leren met ICT, een greep:
- Beschikbaarheid van breedband
- Beschikbaarheid van mobiele en draadloze technologie
- Cloud computing
- Sociale media
- Veranderingen van consumeren naar produceren
- Augmented reality
- Semantische web (dat verdiend nog eens een apart bericht)
Onder die omstandigheden schetsen Wilfred en Marcel dat er 4 scenario’s zijn. Deze zijn op twee assen uit te schrijven:
I – Omgeving die organisatie gecentreerd (dus vanuit de organisatie gestuurd) is vs. die student gecentreerd is.
II – Omgeving met veel IT vs. met weinig IT
Zie de foto van hun model:
Ik focus me in de beschrijving van de scenario’s op één aspect, de (digitale) leeromgeving:
- In het scenario van Meester Knel is er sprake van het gebruik van ICT, maar de digitale leeromgeving is vooral een vehikel om logistieke zaken op te lossen. Het geeft toegang tot informatie en digitale boeken. De organisatie bepaald wat je krijgt te zien en wat niet.
- In het scenario van Robocop krijgt ICT een grotere rol. De digitale leeromgeving focust zich dan ook op het aanbieden van lesmateriaal, vaak niet tijdsonafhankelijk, bijv. door webinars, weblectures etc. Wel interacties met mensen dus, maar met een ICT component.
- In het scenario van het dappere snijdertje krijgt de student controle. De minimale leeromgeving bevat dan ook veel content, toegespits op de situatie van de lerende. Daarnaast is er een digitaal portfolio beschikbaar. Learning Analytics is een belangrijke component om inzicht in het leerproces te krijgen en hier op goed te kunnen sturen (het liefst door de cursist zelf).
- In het e-spin scenario is de lerende echt de spin in het digitale web. De leeromgeving is volledig transparant (misschien wel ingebed in de ‘gewone’ wereld. Het gaat om netwerken. Kennis is niet alleen beschikbaar vanuit de organisaties, maar vanuit het netwerk en er is sprake van inhoud dat door de lerenden zelf wordt gegenereerd. Een mooi voorbeeld dat Marcel laat zien is LiveMocha waar taalonderwijs door lerenden aan elkaar gegeven wordt.
De hamvraag is natuurlijk: Hoe zien we het onderwijs nu? De meerderheid kiest toch voor de scenario’s aan de linkerzijde, die dus door de organisatie gestuurd worden. En er komt weinig kritiek uit de zaal als men toch vind dat dit oké is.En ik begrijp het argument dat de techniek niet leidend moet zijn. Dat is waarom ik juist in het onderwijs zou vinden dat het student gecentreerd zou moeten zijn. En of er dan veel of weinig ICT bij moet, dat hangt van veel factoren af.
Ik had gehoopt wat meer bijval te horen voor de rechterkant van het het model. Dat is immers wat er past bij de kritische consument, het kind dat nu klein is en verwacht dat je met een ‘swipe’-beweging op de TV al van zender kan wisselen of een tijdschrift kan bladerenzit volgens mij over een paar jaar niet meer te wachten op een organisatie gecentreerde en gestuurde leeromgeving. Het gaat ook immers om hun ontwikkeling.
Ik vond het overigens een waardig afscheid van Jos, een mooi verhaal en de moeite waard.

